Meer dan 50.000 circulaire kledingstukken hangen nu in Nederlandse winkels
Een jaar na de lancering bewijst Fibre to Fibre dat circulaire mode geen niche meer is. In het eerste productieseizoen zijn meer dan 50.000 kledingstukken geproduceerd van Nederlands post-consumer textiel, die nu in winkels door heel Nederland te vinden zijn. Een duidelijk signaal dat kleding maken van oude kleding niet langer slechts iets in de toekomst is, maar realiteit.
Van oude kleding naar nieuwe fashion
Fibre to Fibre verzamelt afgedankte kleding en verandert die in nieuwe garens. Die garens worden vervolgens verwerkt tot kledingstukken voor diverse Nederlandse modemerken. Het proces is GRS-gecertificeerd, waardoor de herkomst van het gerecyclede materiaal controleerbaar blijft. Textiel dat anders zou worden gedowncycled of geëxporteerd, krijgt zo een tweede leven als volwaardig product.
"Een jaar geleden presenteerden we een belofte. Vandaag hangt die belofte in de winkel," zegt Thijmen de Vries, woordvoerder van Fibre to Fibre. "Met meer dan 50.000 stuks in ons eerste seizoen, alleen al voor mode, zie je dat Nederlandse merken circulair willen produceren. Dat doen ze niet als marketingproject, maar op schaal."
Herkenbaar aan het kaartje
Consumenten kunnen Fibre to Fibre-kleding herkennen aan het F2F-kaartje aan het kledingstuk. Dat label vertelt het verhaal achter het product: dat de nieuwe trui ooit iemands oude trui was. Die transparantie moet consumenten helpen bewuste keuzes te maken, zonder dat ze zelf hoeven uit te zoeken welke kleding circulair is.
Terug naar Tilburg
Op 30 september en 1 oktober staat Fibre to Fibre op Circular Textile Days in Tilburg, waar het bedrijf exact een jaar geleden voor het eerst zijn concept presenteerde. Dit keer komt het terug met concrete cijfers en collecties die nu in winkels liggen. Voor modemerken en organisaties die willen weten hoe circulair textiel in de praktijk werkt, deelt Fibre to Fibre de ervaringen uit het eerste seizoen.
De vraag is volgens De Vries niet meer of circulaire kleding werkt. "De vraag is hoe snel de rest van de sector volgt."